Terug
Uitleg
Cursus
Boek
Lezen
Contact
Vraag 1/10
Score 0 / 10    0%

Je wilt of moet landen op een helling. Hoe doe je dat?

Zie hoofdstuk 7.4, de paragraaf over noodlandingen.
B betekent doorgaans met de wind mee landen, al is B soms de enige optie als A niet kan vanwege obstakels. C is meestal onmogelijk, je komt dan gewoon niet aan de grond en als D zou kunnen zit je in een rotor of turbulentie!


Bekijk de startplaats op bovenstaande afbeelding. Het is windstil.

Zie hoofdstuk 4.1 (3e editie) of 4.2 (4e editie).


In welke situaties kan het gebruik van 'oren' belangrijk zijn?

De vleugelbelasting wordt groter. Hierdoor heb je minder snel last van bijvoorbeeld inklappers.


Wanneer moet je zeker controleren of je karabijnhaken goed zitten?

Zie hoofdstuk 4.1.


Wat kan de oorzaak zijn van een negatieve spin bij een 'normaal' schermvliegtuig?

Zie hoofdstuk 7.4, de paragraaf negatieve spiraal.


Je vliegt met trimsnelheid 36km/u naar het noorden. Er staat een westenwind van 21 km/u, dus moet je krabbend vliegen om je koers naar het doel te behouden. Wat wordt nu je snelheid over de grond richting je doel?

Zie de uitgebreide uitleg in kader 9.3.
Maar aan de onderstaande afbeelding kun je zien dat ook bij zijwaartse wind de grondsnelheid naar je doel afneemt.


Bekijk de startplaats op bovenstaande afbeelding. De wind waait met 15 km/u 45° van links.

Zie hoofdstuk 4.1.


Bekijk de startplaats op bovenstaande afbeelding. Wat zijn de ideale omstandigheden voor deze startplek?

Zie hoofdstuk 4.1.
Onderaan de start is een bomenrij waar je veilig overheen moet kunnen vliegen. Dat kan alleen met een gecontroleerde start waarbij je snel loskomt.
Een startwind van >25 km/u zal in de bergen of heuvels veel turbulentie geven en is dan meestal gevaarlijk, ook met een kleinere vleugel en goede starttechniek.


Je wordt opgelierd. Welke koers volg je?

Zie hoofdstuk 4.2 de paragraaf Lierstart.


Een van de stuurlijnen breekt, wat nu?

Zie hoofdstuk 7.4, de paragraaf over knopen en breuken.


Je score staat bovenaan.