Wat is het maximale alcoholpromillage in het bloed waarbij nog gevlogen mag worden?
Zie hoofdstuk 7.5.
Tot welke hoogte mag er gelierd worden in het vrije luchtruim (klasse G)?
Zie hoofdstuk 8.2. Per lierterrein worden hierover afspraken gemaakt. De waarden zijn altijd in ft. Voor de meeste velden geldt 1500 ft. Een enkeling mag hoger, sommigen mogen minder hoog, maar 500 ft komt uiteraard niet voor.
De lijst vind je op:
https://eaip.lvnl.nl/web/2023-10-19-AIRAC/html/index-en-GB.html

Een delta nadert een paraglider in het vrije luchtruim, zie bovenstaande afbeelding. Wat moet de delta doen?
Zie hoofdstuk 8.1.
Zweeftoestellen mogen zowel rechts als links inhalen.
De EHPU geeft als voorkeur 'rechts'.
Als twee schermvliegers op gelijke hoogte met de landing bezig zijn, wie heeft er dan voorrang?
Zie hoofdstuk 8.1.
Je hebt bier of wijn gedronken. Hoelang moet je volgens de wet minimaal wachten voor je een luchtvaartuig mag besturen?
Zie hoofdstuk 4.4.
Je vliegt en nadert een autosnelweg. Hoeveel afstand in hoogte moet je hiervan houden?
Zie hoofdstuk 8.2.
Wanneer is er sprake van inhalen? Als de hoek tussen twee vliegers kleiner is dan:
Zie hoofdstuk 8.1.
Wat moet aanwezig zijn bij een lier?
Zie hoofdstuk 8.3 en de reglementen van de KNVvL. In het examen wordt i.p.v. bewijs van keuring ook over het toelatingsbewijs gesproken.
Wanneer moet je vliegen met een hoogtemeter?
Zie hoofdstuk 3.4, de paragraaf apparatuur.
In welk luchtverkeersleidinggebied mag je vliegen?
Zie hoofdstuk 8.2.