Terug
Uitleg
Cursus
Boek
Lezen
Contact
Vraag 1/10
Score 0 / 10    0%

Op een thermische dag moet je bij de landing rekening houden met:

Zie hoofdstuk 6.5, de paragraaf over thermiek en onweer.


Je vliegt onder een grote cumuluswolk en stijgt door tot de wolkenbasis. Wat zal er dan gebeuren?

Zie hoofdstuk 6.4, de paragraaf over condensatie en de natadiabaat.


Na een wolkenloze ochtend verschijnen in de loop van de dag duidelijk begrenste cumuluswolken met een hoge basis. In het oosten zijn enige hoge cirruswolken zichtbaar.

Zie hoofdstuk 6.5, de paragraaf over thermiek en onweer.


Hoe hoog kan een cumulonimbus worden?

Zie hoofdstuk 6.5.


Welke bewering is onjuist?

Zie hoofdstuk 6.2.


Bij een lierstart moet men tijdens het stijgen rekening houden met een variatie in windrichting en windsterkte. Welke stelling is juist?

Zie hoofdstuk 6.2, de paragrafen luchtstromen en wind.


Wat is het voordeel van witte themiek t.o.v. blauwe thermiek?

Zie hoofdstuk 6.5, de paragraaf over thermiek en onweer.


Bekijk de weerkaart hierboven. Wat zal de overheersende wind zijn in Nederland?

Zie hoofdstuk 6.3, de paragraaf weerkaarten.


Bij een westerstorm komt de wind uit...

Zie hoofdstuk 6.2, de paragraaf wind en de afbeelding met de windroos.


Bij het naderen van het landingsveld ziet de piloot dat de windzak gevuld is en varieert tussen strak en licht hangend. Met welke windsterkte moet de piloot rekening houden bij de landing?

Zie hoofdstuk 7.1.


Je score staat bovenaan.