Terug
Uitleg
Cursus
Boek
Lezen
Contact
Vraag 1/10
Score 0 / 10    0%

Het drukverschil tussen de bovenkant en de onderkant van het scherm veroorzaakt...

Zie hoofdstuk 5.2.


Hoe worden tipwervels ook wel genoemd?

Zie hoofdstuk 5.2, de paragraaf soorten weerstand.


Een piloot vliegt op 1000 meter boven de grond met een scherm met een glijgetal van 8. Zijn voorwaartse snelheid ten opzichte van de lucht is 36 km/u. Hoe sterk moet de rugwind zijn om het landingsveld 10 kilometer verderop te halen?

Zie hoofdstuk 5.3, de paragraaf glijgetal. Zonder wind komt hij 8 kilometer ver. Om 10 kilometer ver te komen moet hij dus 25% verder vliegen oftewel met een 25% hogere snelheid.


Welke invloed heeft de vliegsnelheid op de liftcoëfficiënt?

Zie hoofdstuk 5.2.


Wat is het effect van het vliegen op grote hoogte op de daalsnelheid van het scherm?

Zie hoofdstuk 5.2.


Wat is juist? Een slank scherm:

Zie hoofdstuk 5.4, de paragraaf polaire.
Een slank scherm vliegt niet perse sneller. De (top)snelheid wordt vooral bepaald door de vleugelbelasting en trim - denk maar aan de kleine, plompe speedgliders die met meer dan 100 km/u vlak over de skipistes suizen.


Wat gebeurt er met de invalshoek en de glijhoek van het scherm als de piloot beide stuurtokkels bijna volledig naar beneden trekt (90% remmen)?

Zie hoofdstuk 5.3 en 5.4.


De figuur toont een grote asymmetrische inklapper op het moment dat deze het grootst is. Welke uitspraak over het verwachte gedrag van het scherm is correct?

Zie hoofdstuk 7.4.


Wat wordt verstaan onder de 'koorde' van een scherm?

Zie hoofdstuk 3.1 en 5.3.


Kies het meest aerodynamische profiel uit onderstaande omschrijvingen:

Zie hoofdstuk 5.1.


Je score staat bovenaan.