Tijdens welk gedeelte van de vlucht wordt de invalshoek van het scherm zodanig vergroot dat de luchtstroom rond het scherm niet meer laminair is maar 'afbreekt'?
Zie hoofdstuk 5.4, de paragraaf over zakvlucht en stall.
Wat is het risico als het scherm te ver omhoog gericht staat?
Zie hoofdstuk 5.3, de paragraaf instelhoek.
Als bijvoorbeeld de A lijnen zijn opgerekt, staat het scherm te ver omhoog gericht en vliegt het minder snel.
In de praktijk krimpen alle lijnen, maar vooral de A lijnen krimpen minder omdat ze ook weer rekken doordat ze het meeste gewicht dragen. Bij de periodieke keuring wordt de lijnlengte gecontroleerd en zo nodig gecorrigeerd.
Merk op dat de 2e editie van Vrij Vliegen een instelhoek beneden de horizon afbeeldt, zoals tot voor kort geëxamineerd. De 3e editie geeft de werkelijke situatie: een instelhoek boven de horizon.
Een piloot vliegt eerst geremd met een constante snelheid van 20 km/u. Later laat hij de remmen los en vliegt hij verder met een constante snelheid van 40 km/u. Bij de hogere snelheid is de totale luchtkracht...
Zie in hoofdstuk 5.1 de paragraaf over krachten en hoofdstuk 5.4.
Op grote hoogte boven zeeniveau wordt het (berg)starten eenvoudiger. Is deze stelling juist?
Zie hoofdstuk 5.2.
Je vliegt met je scherm recht tegen de wind in. Wat gebeurt er?
Zie hoofdstuk 5.3, de paragrafen over glijhoek, baanhoek en glijgetal.
Let op: de vraag spreekt over het glijgetal van het scherm, dus het glijgetal t.o.v. de lucht. Op bijvoorbeeld een gps kun je het glijgetal t.o.v. de grond aflezen - dat is wel gerelateerd aan de vliegbaan.
Je hebt een lintje aan je riser gebonden om te zien hoe de lucht beweegt. Je vliegt op trimsnelheid recht naar het noorden. Er is een stevige meteowind uit oostelijke richting. In welke richting wappert het lintje?
Je bent onderdeel van de lucht en de luchtstroom die je voelt en het lintje doet wappert komt enkel van je vliegsnelheid. Het lintje wappert dus naar achter.
Een piloot vliegt op 1000 meter boven de grond met een scherm met een glijgetal van 8. Zijn voorwaartse snelheid ten opzichte van de lucht is 36 km/u. Hoe sterk moet de rugwind zijn om het landingsveld 10 kilometer verderop te halen?
Zie hoofdstuk 5.3, de paragraaf glijgetal. Zonder wind komt hij 8 kilometer ver. Om 10 kilometer ver te komen moet hij dus 25% verder vliegen oftewel met een 25% hogere snelheid.
Het principe van Bernoulli zegt dat...
Zie hoofdstuk 5.1.

De figuur toont een grote asymmetrische inklapper op het moment dat deze het grootst is. Welke uitspraak over het verwachte gedrag van het scherm is correct?
Zie hoofdstuk 7.4.
Welke invloed heeft de vliegsnelheid op de liftcoëfficiënt?
Zie hoofdstuk 5.2.